Leraar en vriend

In het maartnummer van ZENIT verscheen mijn maandelijkse Terugblik onder de bovenstaande titel. Het artikel gaat over W. Lecluse, mijn natuurkundeleraar aan de HBS van Soerabaja, Nederlands Oost Indië. Een inspirerende leraar die mijn op het pad van de natuurkundestudie gezet heeft en die later, in Nederland,  een goede vriend werd. Toen zijn geliefde vrouw overleed besloot hij haar te volgen. Hun as is verenigd; zo bleven ze bij elkaar.  

De invloed van de zon op het klimaat

In het populairwetenschappelijke tijdschrift ZENIT van maart 2017 is een artikel verschenen van mijzelf in samenwerking met Ad Nieuwenhuizen en Hans Nieuwenhuijzen onder de titel “De zon en het klimaat “. Het is een samenvatting van onderzoek dat wij, ook in samenwerking met anderen, zoals de Fin Usoskin, de Nederlander Bas van Geel, de Argentijnse Silvia Duhau en nog enkele anderen in de loop van de laatste jaren hebben uitgevoerd. De berekeningen zijn uitgevoerd op grond van de onlangs nieuw ingevoerde vlekkengroep getallen.

Wij vonden dat tot circa 1920 de gemiddelde aardse grondtemperatuur in hoofdzaak of zelfs uitsluitend bepaald werd door de activiteit van de zon. Daarbij draagt het equatoriale  magneetveld (het veld om de groepen van zonnevlekken) ongeveer driemaal zoveel bij aan de variatie in de aardse temperatuur als  het polaire veld. Vanaf 1920 kwam er een steeds sterkere extra component bij: een van de zon onafhankelijke temperatuurstijging die op het ogenblik bijna een graad bedraagt.

Hoofdzaak van deze studie is dat wij een bevestiging zien van de soms omstreden “opwarming van de aarde “, die waargenomen werd gedurende het grootste deel van de 20e eeuw. De recente overgangsperiode van de zon tussen twee langdurige episoden van verschillende vormen van zonsactiviteit,  een overgangsperiode die plaatsvond tussen ongeveer 1998 en circa 2012, en waarin de zon zeer inactief was kan verantwoordelijk zijn geweest voor de waargenomen kortdurende vertraging van deze extra toename.

Opa Appie

Mijn Terugblik in het februarinummer van het populair-wetenschappelijke tijdschrift ZENIT is gewijd aan professor A. A. Nijland, die van 1898-1936 directeur was van de sterrenwacht te Utrecht. Hij was van opleiding wiskundige maar toen hij begreep dat hij kandidaat was voor de functie van directeur van de sterrenwacht heeft hij snel ook nog een sterrenkundig proefschrift geschreven. Twee proefschriften in enkele jaren tijds!

Gebruik maken van de (beperkte) instrumentele middelen van de sterrenwacht besloot hij zijn wetenschappelijke leven te wijden aan de visuele waarneming van veranderlijke sterren van het Mira Ceti type. Iedere nacht ging hij pas om 3:00 uur naar bed, weer of geen weer. Ruim 30 jaar na zijn overlijden sprak ik zijn weduwe die mij met enige trots vertelde dat ze nog steeds om 3:00 uur naar bed ging. Hij werd de meest productieve waarnemer van zijn tijd genoemd. Door zijn kleinkinderen werd hij Opa Appie genoemd

Kometen, griezels of waterbrengers

Op 16 januari 2017 hield ik in de publiekssterrenwacht van Bovenkarspel een lezing over het bovenstaande onderwerp. Oort ontdekte al omstreeks 1950 dat de zon omhuld wordt door een wolk van ongeveer 1 biljoen komeetkernen. Deze bevinden zich in een ruimte die zich uitstrekt tot op een afstand die tot 150.000 maal zo groot is als de afstand van de aarde tot de zon: de wolk van Oort.

Wat is een komeet en hoe is de samenstelling? Brachten kometen ooit water in de oceanen van de aarde? Brachten zij het leven op aarde? De recente Rosetta missie heeft ons veel nieuws geleerd, al was het maar over één komeet. Langzamerhand beginnen wij te vermoeden dat kometen niet tegelijk met de zon en de planeten ontstonden maar afkomstig kunnen zijn uit de verre wereldruimte en door de zon ingevangen werden tijdens diens reis door het heelal. Het onderzoek van deze mysterieuze structuren, hun samenstelling en herkomst is nog in volle gang. De lezing is te consulteren op de bladzijde ”presentaties“ van mijn website (www.cdejager.com).

OKKE

Mijn “Terugblik “in het januarinummer van Zenit geeft het relaas van een flinke jongeman, Okke van der Plas, die een goede vriend werd tijdens onze bootreis van Batavia (Nederlandse Oost Indië) naar Nederland in augustus 1939. Ik ging daarheen om de studie wis- en natuurkunde te beginnen; hij was al derdejaars student in Delft. Nog geen jaar na die reis vielen de nazi’s Nederland binnen en werden wij bezet. Nog geen twee jaren later was studeren nog slechts mogelijk voor studenten die een loyaliteitsverklaring jegens de bezettende macht hadden getekend. Wie dat niet deed en dat was veruit de grote meerderheid, moest in de Duitse oorlogsindustrie gaan werken of moest onderduiken. Mijn vriend Hans Hubenet en ik behoorden tot deze laatste groep. Tijdens ons onderduiken lazen wij in een krant dat op 18 mei 1943 een zestal studenten gefusilleerd was wegens anti Duitse activiteiten. Daaronder ook Okke. In mijn Terugblik geef ik het relaas van hun ondergrondse activiteiten en de gevangenneming.