Categoriearchief: Uncategorized

VROUWEN INDE STERRENKUNDE

Mijn Terugblik in het aprilnummer van het tijdschrift ZENIT heeft de bovenstaande titel. Gedurende eeuwen werden in de sterrenkunde, evenals trouwens in vrijwel alle andere wetenschappelijke disciplines, de vrouwen gediscrimineerd. Dat vrouwen wetenschap zouden bedrijven was iets ongewoons en werd door sommigen zelfs onwenselijk gevonden. Langzamerhand is daar verandering in gekomen en op dit ogenblik is de president van de internationale organisatie van sterrenkundigen, de I.A. U., een vrouw. Haar opvolgster, die over een jaar de vlag van haar zal overnemen is ook een vrouw, professor Ewine van Dishoeck uit Leiden.

Waar het nog steeds aan mankeert is dat tot op heden heel weinig vrouwen in aanmerking bleken te komen voor de Gouden Medaille van de Britse Royal Astronomical Society. Deze medaille werd lang beschouwd als de Nobelprijs voor de sterrenkunde. Een voorbeeld: de Amerikaanse sterrenkundige Annie Cannon (1863 – 1941), een van de grondleggers van de sterspectroscopie, die niet minder dan negen keer voor deze prijs werd voorgedragen heeft hem nooit ontvangen. Het duurde tot 1996 voordat de prijs voor de eerste maal aan een vrouw werd toegekend. Tot nu toe hebben slechts drie vrouwen hem ontvangen.

EEN VLEIEND ARTIKEL

In het aprilnummer 2017 van het (N.B.) Nederlandstalige wetenschappelijke tijdschrift “The New Scientist” verscheen een door de bekende wetenschapsjournalist Govert Schilling geschreven artikel onder de titel “Superreus van de Nederlandse Sterrenkunde“. Het beschrijft mijn wetenschappelijke en deels ook mijn maatschappelijke loopbaan en daarnaast ook enkele van mijn liefhebberijen zoals het populariseren van de sterrenkunde en het langeafstandslopen. Een belangrijk deel van het artikel is gewijd aan mijn inzet voor de opbouw van het Nederlandse ruimteonderzoek. Nadat ik in 2003 verhuisde naar mijn geboorte-eiland  Texel heb ik me, mede in het kader van het werkprogramma van het daar gevestigde instituut voor het onderzoek van de zee, bezighouden met bestudering van de relatie tussen de zon en ons klimaat. En wat zal de toekomst brengen? Ik zou het prachtig vinden nog getuige te mogen en kunnen zijn van de ontdekking van drie mechanismen, namelijk dat van het ontstaan van het heelal, de zo genoemde oerknal, en daarnaast dat van de eigenschappen en herkomst van de donkere materie en tenslotte ook dat van de versnelling van de uitdijing van het heelal. Ik durf te beweren dat hier drie Nobelprijzen liggen te wachten.

Leraar en vriend

In het maartnummer van ZENIT verscheen mijn maandelijkse Terugblik onder de bovenstaande titel. Het artikel gaat over W. Lecluse, mijn natuurkundeleraar aan de HBS van Soerabaja, Nederlands Oost Indië. Een inspirerende leraar die mijn op het pad van de natuurkundestudie gezet heeft en die later, in Nederland,  een goede vriend werd. Toen zijn geliefde vrouw overleed besloot hij haar te volgen. Hun as is verenigd; zo bleven ze bij elkaar.  

De invloed van de zon op het klimaat

In het populairwetenschappelijke tijdschrift ZENIT van maart 2017 is een artikel verschenen van mijzelf in samenwerking met Ad Nieuwenhuizen en Hans Nieuwenhuijzen onder de titel “De zon en het klimaat “. Het is een samenvatting van onderzoek dat wij, ook in samenwerking met anderen, zoals de Fin Usoskin, de Nederlander Bas van Geel, de Argentijnse Silvia Duhau en nog enkele anderen in de loop van de laatste jaren hebben uitgevoerd. De berekeningen zijn uitgevoerd op grond van de onlangs nieuw ingevoerde vlekkengroep getallen.

Wij vonden dat tot circa 1920 de gemiddelde aardse grondtemperatuur in hoofdzaak of zelfs uitsluitend bepaald werd door de activiteit van de zon. Daarbij draagt het equatoriale  magneetveld (het veld om de groepen van zonnevlekken) ongeveer driemaal zoveel bij aan de variatie in de aardse temperatuur als  het polaire veld. Vanaf 1920 kwam er een steeds sterkere extra component bij: een van de zon onafhankelijke temperatuurstijging die op het ogenblik bijna een graad bedraagt.

Hoofdzaak van deze studie is dat wij een bevestiging zien van de soms omstreden “opwarming van de aarde “, die waargenomen werd gedurende het grootste deel van de 20e eeuw. De recente overgangsperiode van de zon tussen twee langdurige episoden van verschillende vormen van zonsactiviteit,  een overgangsperiode die plaatsvond tussen ongeveer 1998 en circa 2012, en waarin de zon zeer inactief was kan verantwoordelijk zijn geweest voor de waargenomen kortdurende vertraging van deze extra toename.

Opa Appie

Mijn Terugblik in het februarinummer van het populair-wetenschappelijke tijdschrift ZENIT is gewijd aan professor A. A. Nijland, die van 1898-1936 directeur was van de sterrenwacht te Utrecht. Hij was van opleiding wiskundige maar toen hij begreep dat hij kandidaat was voor de functie van directeur van de sterrenwacht heeft hij snel ook nog een sterrenkundig proefschrift geschreven. Twee proefschriften in enkele jaren tijds!

Gebruik maken van de (beperkte) instrumentele middelen van de sterrenwacht besloot hij zijn wetenschappelijke leven te wijden aan de visuele waarneming van veranderlijke sterren van het Mira Ceti type. Iedere nacht ging hij pas om 3:00 uur naar bed, weer of geen weer. Ruim 30 jaar na zijn overlijden sprak ik zijn weduwe die mij met enige trots vertelde dat ze nog steeds om 3:00 uur naar bed ging. Hij werd de meest productieve waarnemer van zijn tijd genoemd. Door zijn kleinkinderen werd hij Opa Appie genoemd