Categoriearchief: Terugblik

Terugblik: ‘Over de grens’

Mijn maandelijkse terugblik in het decembernummer van ZENIT is getiteld  ‘Over de grens’. Het gaat over de relaties tussen de Utrechtse sterrenwacht en die van Wroclaw in Polen gedurende de zo moeilijke tijd van de koude oorlog. Ik hoorde in Polen hoe vlak na de oorlog delen van de bevolking  massaal verplaatst werden: Duitsers  van Polen naar Duitsland, Polen van Rusland naar Polen, en zo meer,  en dat uiteraard met alle daaraan verbonden ellende. Eens, bij een van mijn bezoeken aan Polen ontmoette ik een oude Poolse hoogleraar,  die me vertelde van zijn recentelijk  voorgenomen buitenlands bezoek en van de  nodige papieren die hij daartoe moest invullen. Een vraag die hij moest beantwoorden was hoe vaak hij over de grens was geweest. Zijn antwoord was: “Nooit maar in mijn leven is de grens wel vijf keer over mij gegaan”.

Zenit, jaargang 39,2012,  decembernummer, bladzijde 35

 

TWEE BERICHTEN – persbericht enTerugblik

 

Eerste bericht – Een tweetalige verbeterde  versie van het persbericht over de hyperreus HR8752, dat in het Nederlands een week geleden op deze website werd geplaatst,  staat nu op de website. Het is opgesteld in het Engels en Nederlands en werd  verzonden door SRON, de Stichting Ruimte Onderzoek Nederland (Space Research Organisation of the Netherlands).

Tweede bericht – Mijn maandelijkse ‘Terugblik’ in het tijdschrift ZENIT ging over de eerste grote Europese satelliet. Aanvankelijk wilde de Europese Organisatie voor het Ruimteonderzoek (ESRO)  vier soortgelijke satellieten produceren. Het jonge  Utrechtse laboratorium voor ruimteonderzoek stelde drie experimenten voor, die tot onze verrassing alle drie werden aangenomen. Dat bleek wel wat te zwaar voor het laboratorium. Maar ook ESRO had zichzelf overschat: vier satellieten waren te veel, zowel financieel als technisch.  Ten slotte werd, begin 1972, slechts één grote  sateliiet gelanceerd, de TD-1A. Hij had twee van onze instrumenten vaan boord. Ze functioneerden uitstekend. Een daarvan was de eerste Ultraviolet sterspectrograaf ter wereld. Het andere instrument was gericht op de zon en leidde tot de ontdekking  van impulsieve Röntgenstoten door zonnevlammen. Daarbij werden heel kort temperaturen gemeten rond  60 miljoen graden. (ZENIT november 2012, p. 35)

 

EEN BIJZONDERE KOMEET

Mijn terugblik in het maartnummer van ZENIT gaat over een ontdekking gedaan aan de sterrenwacht te Ukkel bij Brussel. Daar maakte des nachts de astronoom Arend opnamen van de sterrenhemel, hopend nieuwe kleine planeten te ontdekken. De opnamen werden des daags door zijn assistent Georges Roland ontwikkeld. Ergens in november 1956 ontdekte Roland op die opnamen een nieuwe komeet. Volgens de traditie wordt een komeet naar zijn ontdekker genoemd. Werd dit dus de komeet Roland. Maar Arend vond dat hij de komeet uiteindelijk ontdekt had  – hij was het toch die de foto gemaakt had. Wat een conflict! Een bijzonder aspect was dat Roland Belgisch tafeltennis-kampioen was en de Belgische sportwereld juichte over de ontdekking van de komeet Roland.

Ten slotte werd het de komeet Arend-Roland. Het werd een boeiend object, beroemd om zijn ‘anti-staart’. Het object kwam uit de diepten van het heelal en is daar uiteindelijk weer in verdwenen.

ZENIT, jaargang 39, blz. 37, 2012

 

Mijn beschermengeltje

Mijn terugblik in het januarinummer van ZENIT heb ik ‘Beschermengeltje’ genoemd.  Het beschrijft diverse voorvallen uit mijn jonge jaren, die tot gevolg hadden dat ik uiteinelijk sterrenkundige kon worden. Na mijn eindexamen HBS wilde ik uit Nederlands-Indië waar ik toen woonde naar Nederland om wis-, natuur- en sterrenkunde te gaan studeren. Maar mijn ouders zagen op tegen de kosten en wilden me opgeleid laten worden tot Indisch bestuursambtenaar, een door het Gouvernement getaalde opleiding. Ik ging voor de medische keuring, die niets om het lijf had. Ik voldeed aan de eisen maar de arts, die mij begreep, hielp me en deelde mee dat hij me moest afkeuren. Zo ging ik in 1939 toch per schip naar Holland. Onderweg brak de oorlog in Europa uit. Ik kreeg telegrafisch bevel terug te gaan maar weigerde. Toen Nederland het volgende jaar bezet werd poogde ik in mijn kano naar Engeland te vluchten maar werd gepakt door Duitse militairen die me zo het leven redden. En zo waren er nog enkele bijzondere gebeurtenissen die er ten slotte toe leidden dat ik sterrenkundige kon worden.

 Zenit, jaargang 39, blz. 35, januari 2012

HET DILEMMA

Mijn ‘Terugblik’ in het decembernummer van ZENIT gaat over een episode in 1968 – 1973. Ik was als assistent-secretaris net benoemd tot lid van het dagelijkse bestuur van de Internationale Astronomische Unie. Deze wereldorganisatie komt eens in de drie jaar bijeen. De volgende ‘General Assemblees’ zouden plaats vinden in 1970 (Brighton, UK) en 1973 (Sydney, Australië). Dat laatste was een experiment: nog nooit waren we zo ver geweest – wie zouden daar wel kunnen komen uit Europa en de VS?

Tijdens een vergadering van het Dagelijkse Bestuur in Hamburg, augustus 1968, vond ook een ontmoeting plaats met mevr. Iwanowska, directeur van de Nicolaus Copernicus sterrenwacht in Torun, Polen. Ze stelde voor om in 1973 een Buitengewone Algemene Vergadering te houden in Polen, om te herdenken dat 500 jaar daarvoor de Poolse astronoom Copernicus geboren was.

Dit zou grote concurrentie betekenen met de toch al zo twijfelachtige bijeenkomst in Sydney. Daarom was ik er sterk tegen.

Maar de President van de Unie, de Duitse antinazi Heckmann stond voor een dilemma. Was Copernicus een Duitser of een Pool? In 1943 hadden Duitse sterrenkundigen gevierd dat 400 jaar daarvoor het beroemde boek van de Duitse astronoom Kopernikus was verschenen. Door haar verzoek te weigeren zou hij voedsel geven aan deze Duits-Poolse controverse. En dat wilde hij niet. Zo kwamen er twee General Assemblees binnen twee maanden.

ZENIT, jaargang 38, blz. 571, 2011