Levenseinde van de zon

In het novembernummer van het populair-wetenschappelijke tijdschrift ZENIT staat het tweede deel van mijn verhaal over de levensgeschiedenis van de zon. Hij bestaat al vierenhalf miljard jaar en zal 10 miljard jaar oud worden. Mijn bespreking gaat over de laatste 100 miljoen jaren dus veel minder dan een procent van de totale leeftijd van de zon. Het grootste deel van zijn leven straalde de zon als gevolg van het omzetten van waterstofatoomkernen in die van helium: men noemt dit kernfusie. Maar eens raakt het waterstof op. Er wordt geen energie meer geproduceerd en het centrum van de zon stort ineen. Daardoor wordt dit heter en daardoor wordt de buitenkant opgeblazen: de zon wordt een reuzenster. Tenslotte wordt de temperatuur in het binnenste zo hoog, vele honderden miljoenen graden, dat opnieuw kernfusie ontstaat; het gevormde helium kan omgezet worden in koolstof en in zuurstof. Er is dus weer even een energiebron. In de uiterst instabiele zon waar hete gasmassa’s opstijgen en koude gassen dalen kunnen thermische pulsen optreden; dit zijn kortdurende uitbarstingen van energie. In die fase en nog later kan de zon een Mira-ster worden. Dit is een soort veranderlijke sterren die in enkele honderden dagen wel honderd tot tienduizend malen helderder of zwakker kunnen worden. Ze zijn genoemd naar Mira Ceti, de “verwonderlijke in de walvis”.
Tenslotte is alle kernbrandstof op; de zon stort ineen tot een zogenoemde witte dwerg die omhuld wordt door een grote gaswolk van lichtjaren diameter: een planetaire nevel. De planetaire nevel-fase duurt niet langer dan 100.000 jaar; dan is de nevel ook verdwenen.Over blijft een witte dwerg die langzaam afkoelt en na vele miljarden jaren niet meer zichtbaar is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.