In 1956 kreeg de Utrechtse sterrenwacht een brief uit Moskou met de vraag of we in Nederland waarnemers bereid zouden vinden om een Sovjet Russische kunstmaan waar te nemen waneer die gelanceerd zou worden. Hoewel we niets geloofden van de mogelijkheid op succes van een satelliet, zeker niet een Russsche, werd er toch een groepje amateur-astronomen bereid gevonden. Ze hadden ervaring bij het waarnemen van meteoren en zouden dus ook goed de baan van een lichtpuntje tussen de sterren kunnen optekenen.
Tot onze en ieders enorme verbazing kwam de spoetnik er toch, en wel veel sneller dan door wie dan ook gedacht werd. De schrik werd echter groot toen de waarnemers een telegram in een onbegrijpelijke code uit Moskou ontvingen. De achterdocht bij de omgeving was groot. Spionage? Het telegram bevatte echter slechts gegevens over de verwachte baan van de satelliet tussen de sterren. Je wist dus waar en wanneer je kijken moest.
Deze ‘Terugblik’ is te lezen in
ZENIT jaargang 39, nr. 2, blz. 32, 2012


