Getijden in het planetenstelsel

In het septembernummer van het populair-wetenschappelijke tijdschrift ZENIT is een artikel verschenen dat ik schreef samen met Dirk Callebaut, Kees Veth en Jilles de Bruin. Het thema is: de Getijden in het planetenstelsel. De korte samenvatting volgt hieronder:
Onderlinge aantrekking van hemellichamen leidt tot verschijnselen als de aardse getijden, maar kan onder omstandigheden zo sterk zijn dat ze vervorming op grotere schaal kan teweegbrengen, zoals gebeurt in satellieten die dicht om een massieve planeet cirkelen. Soms kan dit de bron zijn van vulkanisme en soms kan dit zelfs een maan uiteen rukken. In dit artikel gaan we nader in op de werking van getijden in het planetenstelsel.

Enkele bijzonderheden: Wij beginnen met een bespreking van het bijzondere getijdensysteem van onze Noordzee. Daarna de krachten die hemellichamen op elkaar kunnen uitoefenen en de vraag of de getijdenkrachten danwel de potentialen de vervorming van satellieten bepalen. Door de aantrekkingskracht van de aarde komen op onze maan twee getijdenbulten voor, beide van 51 cm hoog. Maar op Io, een van de nabije satellieten van Jupiter is de getijdenbult 135 m hoog. Bovendien verplaatst hij zich over het oppervlak en is soms wat lager. De geregelde vervormingen van Io, als gevolg van de aantrekking door Jupiter en andere satellieten leidt tot massale scheurvorming in het oppervlak. Zo is Io de meest vulkanische satelliet van ons planetenstelsel. Zou hij nog dichterbij de planeet staan dan zou hij binnen de Roche limiet komen te liggen en uit elkaar gerukt worden. Het begrip ‘Roche limiet’ wordt uitgelegd en berekend.

OPEN DAG STERRENWACHT SONNENBORGH – 31 AUGUSTUS

Op zondag 31 augustus, tussen 11:00 en 17:00 uur is sterrenwacht Sonnenborgh in Utrecht vrij toegankelijk voor alle belangstellenden. Deze ‘open dag’ is georganiseerd om de terugkeer te vieren van de meteoorsteen van Serooskerke, die eerder deze week gestolen werd. De steen zal dan te zien zijn en deskundig advies kan worden gegeven.
Deze meteoriet is een van de vijf die in historische tijden in Nederland is terechtgekomen. Hij viel bij de dorpen Ellemeet en Serooskerke op het eiland Schouwen op 28 augustus 1925 tussen 11 en 12 uur. Men hoorde een fluitend geluid, koeien en paarden raakten in opwinding en dat werd gevolgd door de klap van de inslag. Een brokstuk van bijna 1 kg met een middellijn van ongeveer 10 cm sloeg een gat in de grond van een halve meter diep. Het viel daarbij in een viertal stukken uiteen. Een ander stuk, van ongeveer een halve kilogram kwam een kleine 2 km ten noordwesten van de eerste inslagplaats terecht, waar een kleiner gat werd geslagen.
De meteoriet is van een zeldzaam type en naar we nu weten is hij een stukje van een kleine planeet, die, 2,4 maal zo ver van de zon als de aarde in ruim 3 ½ jaar eenmaal om de zon loopt. Deze kleine planeet, Vesta, heeft een middellijn van 500 km. Eens moet het brokstukje daar uit losgeslagen zijn bij een botsing van Vesta met een ander kosmisch object. Nadat twee brokstukken 24 miljoen jaar door de ruimte gevlogen hadden sloegen ze neer op aarde. De meteoriet van Serooskerke (of van Ellemeet, zoals hij ook vaak genoemd wordt; de namen zijn afkomstig van de twee vindplaatsen) is dus een deeltje van een ander hemellichaam dan de aarde. Alleen al om deze boeiende geschiedenis is het zo’n bijzonder object.
Door het ijveren van professor Nijland, die in 1925 directeur was van sterrenwacht Sonnenborgh, werd het grootste gedeelte van de meteoriet verworven voor de sterrenwacht. Daar heeft het gelegen tot het een kleine week geleden gestolen werd bij een inbraak. Gelukkig werd de meteoorsteen, tegelijk met enkele andere meteorieten uit de verzameling van de sterrenwacht, teruggevonden door twee Utrechtse tennisspelers die in het struikgewas bij hun tennisbaan op zoek waren naar een tennisbal. Wat zijn wij hun dankbaar!
Alle belangstellenden zijn aanstaande zondag 31 augustus hartelijk welkom in de sterrenwacht.

DE BUNKER, 1944

Mijn Terugblik in het juli-augustus nummer van ZENIT gaat terug tot het voorjaar van 1944; het voorlaatste jaar van de oorlog en bezetting. Met mijn vriend Hans Hubenet zat ik ondergedoken in een klein hokje in de Utrechtse sterrenwacht. Eens in de week werden we door mijn vader van voedsel voorzien. Hij kwam binnen via een vrijwel onzichtbare ingang tot het bolwerk. Maar o schrik: op een dag bleek dat het hele park om de sterrenwacht en zelfs een stukje terrein buiten het park afgesloten werd door een metershoog hek van prikkeldraad, een hek dat op militair bevel werd gebouwd. Hoe daar nog binnen te komen? Ik vertel hoe het personeel van de sterrenwacht en de onderduikers toch nog aan hun toegangsbewijs, in het Duits “Ausweiss “, kwamen in de Terugblik.
De afsluiting van het park gebeurde omdat er in de weken en maanden daarna een kolossale bunker werd gebouwd, een enorm blok beton. Pas na de oorlog begrepen dat dit een telefooncentrale was geweest voor de Duitse militairen in noordwest Europa. Meer dan een halve eeuw later kregen mijn vrouw en ik de gelegenheid om de bunker van binnen te bekijken; een indrukwekkend bouwsel. De bunker werd begin 21e eeuw afgebroken en er staat nu een fraai appartementencomplex.

HERINNERINGEN AAN WUBBO

Mijn maandelijkse terugblik in het tijdschrift ZENIT was deze keer, in het juninummer, gewijd aan de onlangs overleden astronaut Wubbo Ockels. Toen de Europese ruimte-organisatie besloot dat de bemande ruimtevaart ook een Europese activiteit moest worden, werden uit 2000 kandidaten vier uiteindelijke ruimtevaarders gekozen. Een deel van hun opleiding bestond uit het meewerken, gedurende een week, in een wetenschappelijk laboratorium voor ruimteonderzoek. Daartoe werd door Europa het Utrechtse laboratorium uitgekozen. Dat was mijn eerste contact met Wubbo. Een andere boeiende ervaring vond plaats tijdens het wereld congres voor het ruimteonderzoek van 1990 dat toen in Den Haag plaatsvond. Wubbo bedacht dat het aardig zou zijn om alle astronauten van de hele wereld, dat waren er toen 70, bij die gelegenheid naar Den Haag uit te nodigen. Ik was verantwoordelijk voor de organisatie van het congres en Wubbo vroeg mij of ik het geld had om hun verblijf van drie dagen in het Kurhaus te betalen. Dat geld hadden we niet. Maar de directie van het Kurhaus bedacht iets om het verblijf toch mogelijk te maken zonder dat het hen financieel schade zou berokkenen. Een diner werd georganiseerd met 70 tafels. Aan elke tafel zou een astronaut komen te zitten en de drie andere stoelen konden voor veel geld gehuurd worden door geïnteresseerden. Wie wil er niet met een astronaut aan tafel zitten!

WONDERBAARLIJK HEELAL

In het juninummer van het tijdschrift ZENIT is een artikel van mijn hand verschenen onder bovenstaande titel. Daarin wordt de essentie aangegeven van twee belangrijke recente ontdekkingen over het heelal: Wat blijkt? Wij zien, zelfs met de beste kijkers, slechts 5% van de totale massa inhoud van het heelal. Er is ongeveer 27% materie, waarvan wij de aard niet kennen, zelfs niet vermoeden. Maar ze trekt wel andere materie aan en aan die aantrekkingskracht is het bestaan van deze donkere materie ontdekt.
Maar er is nog meer: op de materie van het heelal werkt niet alleen de aantrekkende zwaartekracht van alle andere materie, inclusief de donkere materie, maar er is ook een geheimzinnige expanderende kracht die zo groot is dat ze, omgezet in massa met Einsteins beroemde formule, 68% van de totale massa van het heelal omvat. De donkere energie. Ook de herkomst daarvan is nog niet ontdekt.
Op 4 juni hield ik een lezing (in het Engels) die onder andere over dit onderwerp gaat. Hij werd gehouden in het NIOZ op Texel ter gelegenheid van de regelmatige bijeenkomst van de medewerkers van het Texelse instituut en dat van Ierseke. Deze twee instituten werken nauw samen op vergelijkbare terreinen en vormen in feite samen één instituut. De tekst van deze lezing is te zien op deze website door te gaan naar de pagina presentaties en daar naar Universe (Engels).

Wonderbaarlijk heelal, ZENIT juni 2014, pp. 18 -21