STRALENDE STERREN EN LICHTHINDER

 

Mijn Terugblik in het decembernummer van ZENIT heeft bovenstaande titel. Ik vertel daarin van het initiatief van een Vlaamse amateur-sterrenkundige, Jean-Pierre Grootaerd, die een project startte: “Sterren schitteren voor iedereen “. Scholen en andere instellingen voor mensen met een beperking kunnen via dit project de beschikking krijgen over een sterrenkijker. Het project loopt goed en hieruit ontsprong weer een ander, “Lichthinder“, gedefinieerd als licht dat zonder noodzaak brandt. Centra voor dit tweede project waren de sterrenwachten Armand Pien in Gent en Orion en Bovenkarspel. Op 5 oktober werd dit project gestart, simultaan in deze beide sterrenwachten. Schoolkinderen hadden projecten ingediend die door een jury beoordeeld werden. De besten kregen een prijs. Ik was aanwezig in Bovenkarspel; het was een stimulerende bijeenkomst waar ik de beste herinneringen aan bewaar.

AGENDA

de lezing van 1 juli (zie de agenda op deze website) zal plaatsvinden in het ruimtevaartmuseum in Lelystad.

DE STEEDS VERANDERENDE ZON

De lezing die ik op 12 november 2016 hield in de Cees Buining sterrenwacht bij Den Helder had de bovenstaande titel. Bijna niets in de zon is stabiel; alles verandert. In de loop van de vorige eeuw was de zon actiever dan hij in de laatste 10.000 jaar geweest is. Tussen 2005 en 2012 toonde hij een merkwaardige periode van grote inactiviteit: weinig zonnevlekken, weinig uitbarstingen. We noemen deze periode de Transitie. Dit blijkt een overgangsperiode te zijn tussen de grote activiteit van de vorige eeuw en een periode die nu is begonnen en waarvan wij voorspellen dat hij gedurende enkele eeuwen een slechts geringe mate van activiteit zal tonen.

De presentatie van deze lezing is na te zien op het blad “presentaties” van deze website door daar te gaan naar het onderwerp “veranderlijke zon“.

Dansgaard-Oescher gebeurtenissen

Onlangs is onze nieuwe publicatie verschenen : S. Duhau en C. de Jager: “On the origin of the Dansgaard-Oescher  events and their time variability” in G M. Gasparini et al.( Eds) “ Marine Isotope Stage 3 in  Southern South America, 60 ka B.P. – 30 ka B.P.”, blz. 23 – 47 (Springer Earth System Sciences).   

Het boek bespreekt een intrigerende fase van de laatste ijstijd: de daarin voorkomende relatief warme periode van 60.000 tot ca. 30.000- 25.000   jaar geleden. In deze periode kwamen op hun beurt weer zeer koude perioden voor, de Heinrich gebeurtenissen (events), en daartussen weer relatief warmere, de Dansgaard-Oescher gebeurtenissen. In ons artikel geven we argumenten dat de D-O gebeurtenissen toe te schijven zijn aan aanwijsbare veranderingen in de  activiteit van de zon. Het mechanisme denken we te moeten zoeken in gas-uitstotingen (Coronale Massa Emissies) van de zon.

DE ATLANTISCHE FACTOR

Mijn ‘Terugblik’  in het novembernummer van ZENIT heeft de bovenstaande titel. Ik was in de jaren ‘60 lid van een vijf leden tellend comité dat de beginnende Europese ruimte-organisatie moest adviseren over toekomstige projecten. Toen het plan in ons groepje opkwam om een grote sterrenkijker met een spiegel van 60 cm middellijn in de ruimte te brengen wisten we eigenlijk wel dat dit de financiële mogelijkheden van de Europese organisatie te boven zou gaan. Ook NASA, het Amerikaanse ruimte lichaam, met zoveel meer ervaring, had zoiets nog niet geprobeerd. Zouden wij in Europa dat dan wel kunnen? Maar, zei iemand, er is toch de Atlantische factor: wij kunnen in Europa veel goedkoper werken dan de Amerikanen, bijvoorbeeld al omdat salarissen in Europa in die tijd geringer waren dan in Amerika. Drie concurrerende consortia waagden het een ontwerp te maken. Een van deze groepen bestond uit Nederlanders en Duitsers; een andere was Belgisch-Frans-Italiaans, en de Britten probeerden het op hun eigen houtje. Er werd gedurende meer dan een jaar hard gewerkt aan het ontwerpen van deze instrumenten, maar om kort te gaan: het bleek toch veel te duur voor Europa. Maar de ervaring die wij opgedaan hadden bij het ontwerpen van zo’n kijker had toch een zeer positief gevolg: wij proberen het wat kleiner en in 1972 werd de eerste sterrenkijker ter wereld in een satelliet gelanceerd: deze was in Nederland gebouwd en leverde prachtige spectra van honderden sterren.

WAS DE ZON ECHT DOOD?

De zon, ogenschijnlijk zo’n rustig stralend object, kan heel actief zijn: dan verschijnen op het oppervlak zonnevlekken, en vaak ook kortdurende felle uitbarstingen die men zonnevlammen noemt, en verder enorme uitstotingen van gas, de coronale massa emissies,  wat niet al. Die activiteit treedt op in een elfjaarlijkse cyclus, de Schwabe cyclus. In een tijdsbestek van ongeveer 11 jaar (maar dat kan variëren tussen ca. 8 en 14 jaar) neemt de activiteit toe om ca. halverwege dit tijdsbestek een maximum te bereiken, waarna de zonsactiviteit weer afneemt. Dan is er één  Schwabe cyclus voorbij en begint de volgende. In 2005 bereikte de zon zo’n minimum en iedereen verwachtte dat de activiteit daarna weer zou gaan toenemen in een volgende Schwabe cyclus. Maar tot verbazing van de wetenschappelijke gemeenschap gebeurde dat niet: in de jaren daarna nam de restactiviteit zo mogelijk zelfs nog verder af. In een krant uit die tijd stond: “De zon is morsdood “ en er waren sterrenkundigen die dit ook meenden. Pas na 2010 nam de activiteit weer enigszins toe tot een wat zielig  maximum omstreeks 2013, maar dat was heel wat minder dan de enorme activiteit die we meemaakten in de eeuw daarvoor.

Ik heb me in de afgelopen jaren de vraag gesteld wat er wel met de zon wel aan de hand was. En wat zal de toekomst brengen? In de loop van deze studie heb ik samenwerking gezocht met verscheidene andere astronomen: de Japanse Amerikaan Syun Akasofu, de Argentijnse Silvia Duhau, de Amerikaan Bill Livingston, de Nederlander Hans Nieuwenhuijzen en de Zuid-Afrikaan Marius Potgieter. We hebben alle aspecten van deze inactieve zon onderzocht en zo konden we onder andere vaststellen dat de eerste aanwijzingen voor de overgangsperiode die we de Transitie genoemd hebben, al omstreeks 1960 te zien waren. Dat werd sterker omstreeks 1995 met, zoals boven gezegd, het dieptepunt tussen de jaren 2005 en 2010. Wij denken dat de oorzaak gezocht moet worden in een neergaande beweging van de zogenoemde tachoklijn, een laag van ongeveer 30.000 km dik op een gemiddelde diepte van 200.000 km onder het oppervlak van de zon. De tachoklijn moet tijdens de Transitie gezakt zijn over een afstand van ongeveer 20.000 km. We denken ook dat de zon de komende eeuwen een vrij geringe activiteit zal blijven vertonen.

Onze studie is nu beëindigd en de beschrijving ervan zal binnenkort verschijnen als een wetenschappelijk artikel (37 bladzijden) in het internationale tijdschrift Space Science Reviews. Maar dit artikel kan ook nu al geconsulteerd worden. Ga daartoe op deze website naar het blad Sun Earth Publications en daar naar 000-2016-space_sci_rev