De ijsdwergen van de Kuipergordel

Bij mijn lezing overkometen voor het personeel van SRON-Utrecht op 18 december werd mij gevraagd waarom in Afb. 31 van mijn presentatie de objecten van de Kuiper gordel inhomogeen verdeeld zijn over de ruimte. Er lijkt een ‘gat’ te zijn in het zuidelijk deel. Men zou toch een homogene verdeling verwachten.

Het antwoord is dat het eerste exemplaar van de Kuipergordel in 1990 werd ontdekt. Het plaatje dateert uit ongeveer 2010. Dit is een periode van 20 jaar. In die korte tijdspanne werden de nu bekende leden van de Kuipergordel ontdekt. De omloopstijd van Pluto, een van de leden van de Kuipergordel is 250 jaar. De meeste exemplaren hebben zelfs een nog langere omloopstijd. En dit betekent dat de objecten nu nog vrijwel staan op de plaats waar ze bij hun ontdekking stonden. Als, bij voorbeeld, de meeste leden van de Kuipergordel ontdekt zijn op een noordelijke sterrenwacht, dan zullen er weinig of geen te zien zijn die op het moment van hun ontdekking in het zuiden stonden. En omgekeerd. Dit verklaart de inhomogeniteit van het plaatje van de Kuipergordel.

Kometen – griezels of waterbrengers?

De presentatie van de voordracht onder bovenstaande titel, die ik hield bij de oudejaarsbijeenkomst van (oud-) personeelsleden van het Laboratorium voor Ruimteonderzoek (SRON) te Utrecht is te zien op mijn website. Ga naar het blad ‘presentaties’ en daar naar ‘kometen’. Ik geef er een overzicht van onze kennis van kometen en ga ook in op recente resultaten verkregen met de Rosetta missie. Tot slot bespreek ik ook de vraag of het water van de aardse oceanen hierheen gebracht is door kometen.

ONTSTAAN AARDE-MAAN SYSTEEM OPGELOST?

In het begin van het jaar schreef ik voor het tijdschrift ZENIT een artikel over het ontstaan van de maan. Ik gaf daar de gebruikelijke theorie weer dat de maan ontstaan zou zijn als gevolg van een botsing van een andere planeet, Theia, met de aarde. Theia zou ongeveer zo groot als Mars moeten zijn geweest en in vrijwel dezelfde baan als de aarde hebben gelopen. Dat maakte de botsingskans groot. Door dit uit te werken kan men aantonen dat zo de maan kon zijn ontstaan. Maar dit lijkt wel een zeer gewrongen oplossing. Waar komt dat onbekende hemellichaam zomaar ineens vandaan? En nog wel precies in de baan van de aarde!
Mijn vriend en collega prof. Dirk Callebaut vestigde mijn aandacht op eerder werk van beroemde twintigste-eeuwse theoretici Fermi en Chandrasekhar, die voor een heel ander doel de stabiliteit onderzochten van een lange buis van gas in de ruimte. Omdat we weten dat de aarde ontstaan moet zijn door samenklontering van gas in een cirkelvormige gasbuis om de groeiende zon (er is een voorbeeld in het heelal van een ander beginnend planetenstelsel dat deze gasbuizen toont) kan men hun theorie ook op zo’n gasbuis toepassen. En dan blijkt dat in het geval van de beginnende aarde deze gasbuis minstens twee en misschien drie samenklonteringen moet hebben gehad. Daaruit ontstonden de aarde en ook die onbekende botsende planeet, die dus in dezelfde baan liep als de aarde. En misschien ook nog een derde planeet. Wij menen hiermee het ontstaan van het aarde-maan stelsel te hebben opgelost. Het is een natuurlijk proces waar niets kunstmatigs aan is. We vermoeden dat die derde planeet ergens in het proces ook nog wel opgeslokt zal zijn. Was daarom de proto-aarde groter dan Theia?
Wij vonden ook dat in ons planetenstelsel het aarde-maan stelsel waarschijnlijk de enige dubbelplaneet is.
We hebben dit bovenstaande beschreven in een artikel in het decembernummer van ZENIT.
ZENIT, december 2014, bladzijde 20-23.

Van de persen gerold

Eind vorige week is mijn boek ‘Terugblik’van de persen gerold, zoals dat in het jargon heet. De 120 hoofdstukken beschrijven episoden, gebeurtenissen en ervaringen uit het verleden. Het boek omvat 384 bladzijden en 120 illustraties. Voorintekenaars kunnen het boek ontvangen voor 16,95 Euro plus verzendkosten door een mail te sturen naar info@stipmedia.nl onder vermelding van “Terugblik“.

OORSPRONG VAN HET HEELAL

Op 10 november ’14 kon ik een uurtje lesgeven aan een vierde klas van de middelbare school hier ter plaatse (VWO). Op hun verzoek ging het over een moeilijk onderwerp: de oerknal. Ten behoeve van die les had ik een bestaande presentatie iets gewijzigd en er zelfs twee van gemaakt. Op deze website is, op het blad presentaties, die van de ‘oerknal’ geplaatst. Dit is in essentie wat ik tijdens de les verteld heb. Ik verwijs daarbij ook naar een parallelle presentatie ’het eerste licht’ die in hoofdzaak dezelfde is als die van de oerknal maar die iets dieper ingaat op de oorsprong van de krachten en van de zware deeltjes, de zogenoemde baryonen. Ook die presentatie is op deze website geplaatst.