DE BUNKER, 1944

Mijn Terugblik in het juli-augustus nummer van ZENIT gaat terug tot het voorjaar van 1944; het voorlaatste jaar van de oorlog en bezetting. Met mijn vriend Hans Hubenet zat ik ondergedoken in een klein hokje in de Utrechtse sterrenwacht. Eens in de week werden we door mijn vader van voedsel voorzien. Hij kwam binnen via een vrijwel onzichtbare ingang tot het bolwerk. Maar o schrik: op een dag bleek dat het hele park om de sterrenwacht en zelfs een stukje terrein buiten het park afgesloten werd door een metershoog hek van prikkeldraad, een hek dat op militair bevel werd gebouwd. Hoe daar nog binnen te komen? Ik vertel hoe het personeel van de sterrenwacht en de onderduikers toch nog aan hun toegangsbewijs, in het Duits “Ausweiss “, kwamen in de Terugblik.
De afsluiting van het park gebeurde omdat er in de weken en maanden daarna een kolossale bunker werd gebouwd, een enorm blok beton. Pas na de oorlog begrepen dat dit een telefooncentrale was geweest voor de Duitse militairen in noordwest Europa. Meer dan een halve eeuw later kregen mijn vrouw en ik de gelegenheid om de bunker van binnen te bekijken; een indrukwekkend bouwsel. De bunker werd begin 21e eeuw afgebroken en er staat nu een fraai appartementencomplex.

HERINNERINGEN AAN WUBBO

Mijn maandelijkse terugblik in het tijdschrift ZENIT was deze keer, in het juninummer, gewijd aan de onlangs overleden astronaut Wubbo Ockels. Toen de Europese ruimte-organisatie besloot dat de bemande ruimtevaart ook een Europese activiteit moest worden, werden uit 2000 kandidaten vier uiteindelijke ruimtevaarders gekozen. Een deel van hun opleiding bestond uit het meewerken, gedurende een week, in een wetenschappelijk laboratorium voor ruimteonderzoek. Daartoe werd door Europa het Utrechtse laboratorium uitgekozen. Dat was mijn eerste contact met Wubbo. Een andere boeiende ervaring vond plaats tijdens het wereld congres voor het ruimteonderzoek van 1990 dat toen in Den Haag plaatsvond. Wubbo bedacht dat het aardig zou zijn om alle astronauten van de hele wereld, dat waren er toen 70, bij die gelegenheid naar Den Haag uit te nodigen. Ik was verantwoordelijk voor de organisatie van het congres en Wubbo vroeg mij of ik het geld had om hun verblijf van drie dagen in het Kurhaus te betalen. Dat geld hadden we niet. Maar de directie van het Kurhaus bedacht iets om het verblijf toch mogelijk te maken zonder dat het hen financieel schade zou berokkenen. Een diner werd georganiseerd met 70 tafels. Aan elke tafel zou een astronaut komen te zitten en de drie andere stoelen konden voor veel geld gehuurd worden door geïnteresseerden. Wie wil er niet met een astronaut aan tafel zitten!

WONDERBAARLIJK HEELAL

In het juninummer van het tijdschrift ZENIT is een artikel van mijn hand verschenen onder bovenstaande titel. Daarin wordt de essentie aangegeven van twee belangrijke recente ontdekkingen over het heelal: Wat blijkt? Wij zien, zelfs met de beste kijkers, slechts 5% van de totale massa inhoud van het heelal. Er is ongeveer 27% materie, waarvan wij de aard niet kennen, zelfs niet vermoeden. Maar ze trekt wel andere materie aan en aan die aantrekkingskracht is het bestaan van deze donkere materie ontdekt.
Maar er is nog meer: op de materie van het heelal werkt niet alleen de aantrekkende zwaartekracht van alle andere materie, inclusief de donkere materie, maar er is ook een geheimzinnige expanderende kracht die zo groot is dat ze, omgezet in massa met Einsteins beroemde formule, 68% van de totale massa van het heelal omvat. De donkere energie. Ook de herkomst daarvan is nog niet ontdekt.
Op 4 juni hield ik een lezing (in het Engels) die onder andere over dit onderwerp gaat. Hij werd gehouden in het NIOZ op Texel ter gelegenheid van de regelmatige bijeenkomst van de medewerkers van het Texelse instituut en dat van Ierseke. Deze twee instituten werken nauw samen op vergelijkbare terreinen en vormen in feite samen één instituut. De tekst van deze lezing is te zien op deze website door te gaan naar de pagina presentaties en daar naar Universe (Engels).

Wonderbaarlijk heelal, ZENIT juni 2014, pp. 18 -21

EEN BIJZONDERE DUITSE STERRENKUNDIGE

Mijn maandelijkse “Terugblik “in het tijdschrift ZENIT is gewijd aan een opmerkelijke Duitse zonnefysicus, Karl Otto Kieperheuer, die door zijn vrienden en medewerkers nooit anders dan K O genoemd werd. Als jonge sterrenkundige in de oorlogstijd wist hij de militaire dienst te ontlopen door de militairen voor te houden hoe belangrijk de bewaking van de zon was voor het verkrijgen van gegevens over de voortplanting van radiogolven. Zo wist hij een aantal Europese zonne-observatoria in de bezette gebieden in stand te houden en zelfs nieuwe op te richten. Toen in het laatste jaar van de oorlog de geallieerden oprukten kreeg hij opdracht die sterrenwachten te doen vernietigen maar als toegewijd wetenschapper wist hij dat te voorkomen. Mijn samenwerking met hem dateerde van de zestiger jaren. Deze leidde onder andere tot het ontstaan van de Europese sterrenwacht op het eiland la Palma.
ZENIT, mei 2014, blz. 33

INVLOED VAN DE ZON OP HET KLIMAAT

op zaterdag 12 april hield de vereniging “het Nederlandsch Natuur-en Geneeskundig Congres”, opgericht in 1887, haar 107e bijeenkomst met als onderwerp “De zon, gouden levensbron of koperen ploert?“.
Ik mocht daarbij het woord voeren over het verband tussen de zonsactiviteit en het klimaat. De presentatie van mijn lezing is geplaatst op mijn website. Tegelijk heb ik een bestaande presentatie (zon-klimaat), die in enkele opzichten verouderd was van de website verwijderd.
De nieuwe presentatie heeft de titel “zon en klimaat, 2014“